De vraag in 1992, van de vakgroep orthopedagogie en professor Van Hove om een kunstproject te organiseren met personen met een verstandelijke handicap in de universiteit van Gent, brengt de huidige artistiek leider en artistiek medewerker van Wit.h, respectievelijk Luc Vandierendonck en Bart Vandevijvere voor de eerste maal samen.
Beiden zetten hun burgerdienst – als alternatief voor de verplichte legerdienst – verder in een zorgvoorziening in Zuid-West-Vlaanderen: Feniks. Onder impuls van directeur Johan Timperman en samen met acht bewoners met een verstandelijke beperking ontstaat daar een eerste artistieke samenwerking: een workshop en tentoonstelling rond de mythologie van de Feniks aan de UGent.
De deelnemers zijn zo enthousiast dat er, aansluitend op dit project, een kunstatelier wordt opgericht binnen hetzelfde dagcentrum in Avelgem. Twee jaar later, in 1994, groeit daaruit de eerste Artotheek in Vlaanderen: een plek waar kunstwerken uit het atelier kunnen worden ontleend. De ontmoeting met het publiek staat vanaf het begin centraal. Kunst creëert ontmoeting. Kunst is tegelijk doel én middel, altijd balancerend tussen beide.
Het plan om dit model ook in een ruimer netwerk van zorgvoorzieningen te realiseren, vindt nog niet meteen de juiste voedingsbodem. Toch blijft de ambitie helder: een evolutie bewerkstelligen van ‘zorg’ naar ‘autonomie’, van ‘stigma’ naar ‘integratie’, en van ‘welzijn’ naar ‘cultuur’.
In 1998 verhuist het project naar een oude, heringerichte molenaarsschuur in Zwevegem, die de naam ‘Het Molenhuis’ krijgt. Daar ontvouwt zich een explosie van activiteiten, tentoonstellingen en workshops. Het is de geboorteplaats van experiment. De werking is bewust dynamisch en onderzoekend, en distantieert zich van het museale, wetenschappelijke en stigmatiserende kader van de zogenaamde Outsider Art. Hoewel deze term in de kunstwereld gangbaar is, kiezen we er doelbewust niet voor. Communicatief is dit misschien de moeilijkere weg, maar inhoudelijk de juiste: we willen artistieke trajecten ondersteunen, confronteren, bevragen en bevestigen. Niet de beperking, maar de kwaliteiten van de persoon en diens artistieke ontwikkeling binnen een maatschappelijke context staan centraal. Dat is vernieuwend – zowel in de kunstwereld als in de zorgsector.
In 2001 krijgt het netwerk een nieuwe impuls via het Interreg-project ‘Kunst creëert ontmoeting’. Deze keer met succes. Samen met Galerie De Kaai uit Goes (NL) wordt in 2002 de vzw Wit.h opgericht, gesteund door projectsubsidies van Euregio Scheldemond.
De naam Wit.h verwijst naar onze kern: de beeldende kunst. ‘Wit’ omvat alle kleuren, is helder en uitnodigend, en symboliseert ontmoeting. De toevoeging ‘.h’ brengt een subtiele verwijzing naar onze bijzondere doelgroep, maar geeft tegelijk een internationale dimensie, door de klankovereenkomst met het Engelse ‘with’. Het impliceert samenwerking, inclusief en open. Het puntje zal uitgroeien als een knipoog naar de soms erg creatieve en vernieuwende werkmethodiek.
Datzelfde jaar is Brugge Culturele Hoofdstad van Europa. In dit kader stelt Wit.h het Artotheeknetwerk voor aan pers en publiek. Samen met Brugge Plus en Art en Marge (Brussel) werken we mee aan het project ‘Kanttekening’, waarin vier duo’s – telkens een kunstenaar met en een zonder beperking – een intensief traject aangaan. De keuze is artistiek uitdagend, met onder meer Jacques Charlier, Ronny Delrue, Hendrik Heffinck (werkzaam in het huidige kunstwerkplaats De Zandberg) en Alexis Lippstreu.
Tot vandaag blijft dit concept springlevend. In onze kunst expedities verfijnen we het telkens opnieuw: kunst als weg, als ontmoeting, als gezamenlijke ontdekking.
Van project naar professionele werkplek 2002-2012
Vanaf 2002 volgen de projecten elkaar in een steeds sneller ritme op. Ze vloeien in elkaar over, kruisen elkaar en groeien uit tot een gemeenschappelijk pad dat we samen met kunstenaars en deelnemers bewandelen. Vaak zonder te weten waarheen het precies leidt, maar telkens gedragen door een intuïtief gevoel dat de wind ons gunstig gezind is. Ook in de communicatie en in de manier waarop we het publiek ontvangen, zoeken we voortdurend naar nieuwe vormen en experimenteren we met frisse methoden.
Financieel houden we ons staande dankzij sporadische experimentele projectsubsidies van de provincie West-Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschap. Toch is het vooral de hechte samenwerking met Kunstwerkplaats De Zandberg in Harelbeke (vzw Feniks) – gesubsidieerd door het Vlaams Fonds – die ons toelaat door te groeien. In een gebouw dat grenst aan deze werkplaats, vinden we betaalbare huisvesting. Niet zonder trots: de werkplaats werd door onszelf mee opgericht, samen met dagcentrum Feniks.
In 2005 realiseren we twee projecten die de fundamenten leggen van ons sociaalartistiek concept: ‘Camping Zandberg’ (Harelbeke) en ‘Ventilatie’ (Brugge). In hun schijnbare wanorde zijn ze ongeëvenaard, maar precies in de zoektocht naar verbinding ontstaat er iets wezenlijks. Wat eerst fragmentarisch lijkt, krijgt in 2006 een vaste structuur: trajecten en processen, performances en tentoonstellingen, museum en erfgoed, hedendaagse kunst en kunstenaars met én zonder beperking vormen samen een broeinest. Het bewijs dat sociaal en artistiek geen tegenstelling zijn, maar een nieuwe eenheid kunnen vormen.
In 2006–2007 wordt Wit.h structureel erkend als tweejarig project binnen het vernieuwde Kunstendecreet van de Vlaamse Gemeenschap. Daarmee krijgt onze sociaalartistieke werking niet alleen een officiële erkenning, maar ook de mogelijkheid om personeel in vaste dienst te nemen. De professionalisering krijgt een krachtige impuls: het ontwikkelen van artistiek-agogische concepten en het verdiepen van de vormelijke aspecten – van de omgang met kunstenaars en creatieprocessen tot tentoonstellingen, performances, tafelredes en documentatie – worden prioriteit. Eén personeelslid blijkt al snel onvoldoende, en ook zakelijk wordt de stap naar professionalisering duidelijker. De artistiek leider Luc vervult aanvankelijk beide rollen, maar om dit haalbaar te houden ontstaan twee adviesgroepen: ‘Fresh Air’ voor artistieke ondersteuning en een zakelijke cel voor financiële en organisatorische begeleiding. Tot 2017 blijven deze werkgroepen bestaande uit vrijwilligers, in wisselende samenstelling, een waardevolle ruggengraat.
Vanaf 2007 werkt Wit.h autonoom, los van zorgcentra, en kan het vrijer allianties aangaan met culturele en sociaalartistieke organisaties. Voor het eerst wordt een artistiek plafond doorbroken. Door kunstenaars met een beperking te versterken in hun autonomie stijgt de artistieke kwaliteit opmerkelijk. Tegelijk hechten we als organisatie meer belang aan reflectie, nuance en intuïtie. Deze zorgvuldige balans weerspiegelt zich ook in het publiek, dat vanaf deze periode niet alleen talrijker, maar ook steeds diverser wordt: buurtbewoners én professionals uit de kunstwereld vinden de weg naar onze projecten.
De structurele erkenning in 2008–2009, met een subsidie van circa €130.000, maakt het mogelijk om kunstenaar Bart Vandevijvere extra aan te werven als artistiek medewerker. Daarmee wordt de focus nog meer verlegd naar de kwaliteit van het artistieke proces. Deelnemers – zowel nieuwkomers als habitués – krijgen meer inspraak en worden tegelijk uitgedaagd hun grenzen te verleggen. Begeleiders, mentoren en coaches uit artistieke zorgcontexten worden nauw betrokken, zodat processen ook op lange termijn kunnen groeien en gedragen blijven. Inclusie blijft hierbij de kern van onze missie. Het inzetten op artistieke kwaliteit beïnvloedt ook de beeldvorming: het doorbreekt clichés en toont dat artistieke excellentie en inclusie elkaar kunnen versterken.
Een eerste mijlpaal is het project ‘BEZET’ (2008, BUDAfabriek Kortrijk). Deze drie maanden durende residentie haalt de deelnemers volledig uit hun comfortzone en zet een nieuwe stap in de beeldende kunst. Naast individueel werk komt de nadruk steeds meer te liggen op samenwerking: soms uit wederzijdse inspiratie, soms in de vorm van een heuse symbiose die tot totaal nieuwe creaties leidt. De gelijkwaardige samenwerking tussen professionele kunstenaars en kunstenaars met een beperking wordt hier ten volle gerealiseerd en vormt een model voor de verdere ontwikkeling van Wit.h. Ook de presentatie wijkt af van klassieke tentoonstellingsvormen: BEZET wordt een artistieke happening waarin publiek en kunstenaars elkaar van nabij ontmoeten.
Dit netwerk denken opent de deuren naar een internationale werking. Samen met Waalse, Nederlandse en Hongaarse partners starten we het driejarige project ‘Art in Difference’. Daarnaast zijn we medeoprichter van de European Outsider Art Association, al verlaten we dit netwerk snel wanneer blijkt dat er weinig ruimte is voor het dynamische sociaalartistieke werk dat ons voor ogen staat. Toch leren we er vele Europese kunstateliers kennen en verruimen we ons perspectief.
In de zomer van 2009 verhuist Wit.h van Harelbeke naar het centrum van Kortrijk – een beslissing die van grote betekenis zal blijken. De centrale ligging en de nabijheid van openbaar vervoer maken ons toegankelijker voor de doelgroep, terwijl de communicatie veel transparanter wordt nu we niet langer in een zorgcontext gehuisvest zijn. Nieuwe samenwerkingen met sociale en artistieke partners ontstaan, en buurtgerichte acties zorgen voor een groter publieksbereik en meer superdiversiteit. Het nieuwe pand, met atelier- en tentoonstellingsruimte, kantoor, vergaderzaal en keuken, ademt een creatieve atmosfeer die uitnodigt tot experiment en verbeelding.
In de sector van de professionele kunst groeit intussen het respect en geloof in onze werkmethode. Sociaalartistiek werk en participatie veroveren een plek in de hedendaagse kunst. Terwijl de artotheekwerking geleidelijk wordt overgedragen aan de voorzieningen zelf, blijft Wit.h verder pionieren op de kruising van sociaal engagement en artistieke innovatie.
Voor meer info over Wit.h van 2012 tot heden verwijzen we naar de website: www.vzwwith.org